Eerste hoofdstuk HET VERHAAL VAN L

Michiel schrok wakker uit een droom die hem onmiddellijk ontglipte, maar wel een gevoel van onrust naliet. 6.45 zag hij op de wekkerradio op het nachtkastje. Over een kwartier moesten ze opstaan. Hij zette het alarm af en draaide op zijn rechterzij, naar Lotte toe. Ze lag op haar rug, een vredige uitdrukking op haar gezicht, haar mond licht geopend, het dekbed ging nauwelijks merkbaar op en neer. Zijn onrust ebde weg. Een behaaglijk gevoel trok door zijn hele lichaam. Hij schoof tegen haar aan en legde een arm om haar middel. ‘Liefje.’
Het duurde even voor ze reageerde. Toen humde ze, mompelde iets onverstaanbaars en draaide daarna haar hoofd naar hem toe. Een fractie van een seconde leek ze hem niet te herkennen, toen zei ze: ‘Goeiemorgen.’
‘We moeten er bijna uit.’
Ze kreunde.
‘Weet je dat we elkaar vandaag precies zeven jaar kennen? 20 september 2003 zagen we elkaar voor het eerst.’
‘Dat je dat nog weet.’
Natuurlijk wist hij dat nog. De dag waarop zijn echte leven begon.

Het was op een zaterdagavond, in danscafé In Casa in Leiden. Eigenlijk hield Michiel helemaal niet van drukte en lawaai, maar na een aantal biertjes in hun stamcafé De oude Marenpoort had hij zich laten meetronen door zijn beste vriend Roel.
In de halfduistere ruimte van het danscafé deinde een massa jongeren op dreunende bassen. Lichtbundels in allerlei kleuren zwaaiden over hen heen. Lotte viel hem al snel op door haar omvang en de manier waarop ze danste, aan de rand van de dansvloer, op een paar meter afstand van hem, wonderlijk beweeglijk, ondanks haar dikke lijf. Ze droeg een donkere, strapless jurk die strak om haar lichaam spande. Roel zag naar wie hij keek. ‘Dat is Lotte Temstra,’ riep hij in zijn oor, ‘haar vader is hartstikke rijk, die woont in een grote villa in Oegstgeest!’ Gebiologeerd staarde Michiel naar haar, naar hoe ze bewoog, zwaaiend met haar armen, draaiend met haar heupen. Haar golvende blonde haar danste mee. Af en toe boog ze iets voorover en riep wat naar een vriendin. Toen ze zag dat hij naar haar keek, glimlachte ze uitdagend. Maar al snel werd ze een andere kant op gedreven en verloor hij haar uit het oog.
Plotseling werd het hem te veel, de mensenmassa, de herrie, de lichtbundels, de bedompte lucht. Hij had frisse lucht nodig. ‘Sorry!’ riep hij in Roels oor, ‘ik hou het hier niet uit. Ik zie je morgen!’ Ze zouden samen naar een voetbalwedstrijd van Roels zoontje gaan.
In de garderobe zocht hij naar zijn jas.
‘Hoi,’ klonk het achter hem.
Hij draaide zich om. Daar stond ze, Lotte, op een meter afstand, mooi gezicht, prachtige blauwe ogen, dunne lippen, regelmatige witte tanden. In haar oren bungelden lange hangers, zilverkleurig, met aan het eind een rood steentje. ‘Ga je al weg?’
Verrast keek hij haar aan.
‘Ik zag je net binnenkomen.’ Het klonk als een verwijt.
‘Het is me te lawaaiig.’
‘Vind je het goed als ik een eindje met je mee loop? Ik wilde ook net naar huis gaan.’

Het was aangenaam stil buiten, fris maar niet koud, in de lucht pinkelden sterren. Nog steeds was hij niet van zijn verbazing bekomen.
‘Welke kant moet je op?’ vroeg Michiel.
‘Dezelfde kant als jij.’
Hij grinnikte en begon te lopen, de Langegracht op, richting Haven.
Lotte liep met hem mee.
‘Waar woon jij dan?’ vroeg hij.
‘Op de Hooigracht.’
‘Aha, dan lopen we de goede kant op.’ En even later: ‘Daar heb je een kamer?’
‘Een hele verdieping.’
Verbaasd keek hij haar van opzij aan.
Ze glimlachte voor zich uit. ‘En jij, waar woon jij?’
‘In de Marnixstraat, bij mijn moeder.’
‘Woon je nog thuis?’ De verbazing in haar stem was niet te missen.
Die vraag hoorde hij natuurlijk wel vaker. Hij was per slot van rekening bijna dertig. ‘Mijn moeder is helemaal alleen sinds ze gescheiden is van mijn vader. Ik ben enig kind.’
‘Goed van je.’
Zwijgend liepen ze naast elkaar. Af en toe keek hij opzij en dan keek ze terug en glimlachte ze.
Altijd had hij dat probleem. Als hij van iemand onder de indruk was, wist hij nooit goed wat te zeggen.
‘Heb je een vriendin?’ vroeg Lotte na een tijdje.
Jarenlang had hij een relatie gehad met een meisje dat hij van de mavo kende, ze was ook naar het Mondriaan gegaan, Zorg en Welzijn. Ze was lief, ze was mooi, maar ze had ouderwetse opvattingen: bij het vrijen wilde ze niet verder gaan dan zoenen, echt met elkaar naar bed gaan deed je pas als je getrouwd was. Het werd steeds meer een broer-zusrelatie. Een jaar eerder had hij het uitgemaakt, verscheurd door schuldgevoel omdat hij haar duidelijk veel verdriet deed. ‘Nee, ik heb geen vriendin,’ zei hij.
‘Hoe kan dat nou, zo’n mooie jongen.’
Hij voelde dat hij een kleur kreeg, maar dat kon Lotte natuurlijk niet zien.
‘Word je niet erg in je vrijheid beperkt als je bij je moeder woont?’ vroeg Lotte even later.
‘Helemaal niet.’
‘En als je een meisje mee wilt nemen?’
Hij reageerde niet.
‘Of val je op jongens?’
‘Nee, zeg.’ En meteen erachteraan: ‘Heb jij een vriend?’
‘Jawel, maar ik ga het uitmaken.’
Ze gaf hem een arm en zo liepen ze verder. Een brommer scheurde voorbij.
Vreemde meid, maar toch voelde het steeds prettiger om naast haar te lopen. Ze had een mooie stem, een beetje aan de lage kant. Haar arm voelde alsof het normaal was om zo te lopen.
Ze kwamen aan bij de kruising met de Pelikaanhof. Een oranje verkeerslicht knipperde.
Lotte vertraagde haar pas. ‘Hier moet ik naar rechts en jij toch naar links, door het park?’
‘Ik breng je wel even thuis.’
‘Galant.’
Ze staken de weg over. Lotte hield hem stevig vast.
‘Wat voor werk doe je eigenlijk? vroeg ze nadat ze een stukje verder hadden gelopen.
Hij vertelde dat hij bij de telefonische helpdesk van een groot computerbedrijf werkte.
‘O wat heerlijk om veel van computers te weten.’
‘En jij, waar werk jij?’
‘Bij de VVV hier in Leiden.’
‘Wat…’
‘We zijn er,’ onderbrak Lotte hem. Ze stonden voor een groot herenhuis. ‘Ik woon op de eerste verdieping aan de voorkant.’ Ze kwam voor hem staan, legde haar handen om zijn nek en even later kringelde haar tong zijn mond binnen.
Verrast trok hij haar tegen zich aan. Haar lijf voelde onverwacht stevig.
Na ongeveer een halve minuut brak ze de kus af. ‘Hopelijk staat mijn vriend niet uit het raam te kijken.’

Toen hij korte tijd later over de Hooigracht terugliep, voelde het alsof ze hem bedrogen had.

Hij schoof wat dichter tegen haar aan.
‘Paar minuutjes nog,’ zei Lotte.
‘Als Roel me niet had overgehaald mee te gaan naar In Casa hadden we elkaar niet eens ontmoet.’
Lotte geeuwde. ‘Ja, het leven hangt van toevalligheden aan elkaar.’
‘Ik wilde eerst niet eens mee.’
Ze humde.
‘En dat je me zomaar achterna kwam, ik zie je nog staan.’
Ze grinnikte. ‘Je was wel verlegen hoor. Ik moest overal het initiatief voor nemen, terwijl ik juist van doortastende mannen hou.’

Een week na hun eerste ontmoeting belde Lotte hem op om een keer af te spreken. Zijn telefoonnummer had ze van Roel gekregen. ‘Vindt je vriendje het wel goed?’ kon hij niet nalaten te vragen. Ze lachte. ‘Ik heb het uitgemaakt.’ Hij dacht aan hoe hij zich voelde toen ze arm in arm over de Langegracht wandelden, aan de kus voor haar huis, en zei ja. Het was het begin van meer afspraken en na een maand gingen ze met elkaar naar bed, op Lottes verdieping aan de Hooigracht. Natuurlijk was hij onhandig bij zijn eerste keer, eindelijk ging het gebeuren, maar zij had duidelijk ervaring. Haar lichaam deed hem denken aan de weelderige vrouwen die je soms op schilderijen zag. Rubens-vrouwen zou Lotte hem later vertellen. ‘Doe met me wat je wilt,’ fluisterde ze die eerste keer en dat had ze in de keren daarna vele malen herhaald. Maar hij wilde alleen maar lief voor haar zijn.
Op een zaterdag halverwege december vroeg ze hem mee naar haar ouders. ‘Mijn vader is twee weken thuis. Hij wil graag met je kennismaken.’ Over haar vader had ze hem al heel wat verteld in de voorafgaande weken. Haar grote held was hij, de liefste vader die er bestond, die ze helaas maar weinig zag omdat hij op de ambassade in Rome werkte. ‘Dan kun je ook meteen mijn stiefmoeder Inez ontmoeten.’ Over haar was Michiel heel wat minder te weten gekomen en het weinige wat Lotte hem had verteld was niet vleiend. ‘En mijn broer is er toevallig ook,’ voegde ze er ten slotte aan toe.
Bij Lottes ouders ging het er heel anders aan toe dan hij gewend was. Haar vader heette hem welkom als nieuw lid van de familie. ‘Zeg maar Luc,’ zei hij joviaal. Het had lang geduurd voor hem dat lukte. Haar stiefmoeder Inez was een aantrekkelijke vrouw, veel jonger dan Lottes vader. Haar broer Stefan was een lange, magere jongen. De tafel was uitgebreid gedekt, ze aten niet uit pannen maar uit schalen, dronken witte en rode wijn. Er werd druk gepraat. Lottes vader vertelde over zijn werk en over de invloed van de maffia in Italië. ‘Zelfs bij ons op de ambassade kun je niet iedereen vertrouwen,’ zei hij. Lottes broer begon over politiek, waar Michiel zich nooit mee bezig hield. Op een gegeven moment vroeg hij Michiel wat hij vond van de eventuele toetreding van Turkije tot de Europese Unie. Michiel had geen idee. Lotte had hem gered door over iets heel anders te beginnen.
Hij was verliefd. Tot over zijn oren was het gezegde, maar tot diep in zijn buik zou beter kloppen. Hij genoot niet alleen van het zoenen en de seks, maar ook van haar verhalen, over wat ze allemaal had meegemaakt, van haar gevatheid in gesprekken met haar vader en haar broer.
Toen ze elkaar nog niet zo lang kenden, had ze hem verteld dat ze wel zelfverzekerd leek, maar dat ze zich diep vanbinnen schaamde omdat ze zo dik was. ‘Het valt toch wel mee,’ had hij gezegd, ook al was haar omvang het eerste geweest wat hem aan haar was opgevallen. ‘Lief van je,’ zei ze toen.
Naarmate de tijd verstreek raakte hij steeds meer gehecht aan al die kleine bijzonderheden van haar, de manier waarop ze lachte, plotseling tranen in haar ogen kon krijgen, een lok haar achter haar oor schoof, en op de binnenkant van haar wang beet. Ze was wispelturig, dat wel, en ze kon soms plotseling geïrriteerd reageren, maar dat maakte ze altijd weer goed door extra lief voor hem te zijn. Alleen dat ze rookte vond hij vervelend. En ook dat ze niet geïnteresseerd was in zijn verhalen over het heelal, waar hij veel van afwist, en dat ze niet kon schaken.
Na twee jaar trouwden ze en met hulp van Lottes vader kregen ze een hypotheek voor een huis in de Roodenburgerstraat. De inrichting had Michiel aan haar overgelaten.
Een paar maanden nadat ze getrouwd waren begon Lotte af te vallen en hij stimuleerde haar door zo vetarm mogelijk te koken. Meer dan een jaar duurde het tot ze zichzelf volslank durfde te noemen. En ze hield het vol. Haar zelfvertrouwen was niet meer gespeeld en eindelijk kon ze een lang gekoesterde wens in vervulling laten gaan: haar baan bij de VVV opzeggen en stewardess worden, niet grondstewardess, maar cabin attendant. Hij mocht graag zeggen: ‘Mijn vrouw is stewardess,’ alsof hij daardoor zelf ook iets internationaals kreeg.

Lotte ging rechtop zitten. ‘Je brengt me straks toch wel even naar het station, hè?’
‘Natuurlijk, ik kan best een kwartiertje later op mijn werk komen.’
‘Lief van je.’ Ze stond op en liep naar de badkamer.
Weer doorgloeide een warm gevoel zijn lichaam. Veel relaties lopen na zeven jaar stuk, had hij wel eens gehoord. Nou, daar hoefde hij niet bang voor te zijn. Hij kon zich zelfs niet voorstellen dat er ooit iets mis zou kunnen gaan in hun relatie.